Genieten van pensioen

Wet toekomst pensioenen en de OR: in 10 stappen naar een nieuwe pensioenregeling

Door: MZ Services

Voor het laatst inhoudelijk gecontroleerd: 15 oktober 2026

De Wet toekomst pensioenen (Wtp) verandert het Nederlandse pensioenstelsel ingrijpend. Uiterlijk op 1 januari 2028 moeten pensioenregelingen voldoen aan de nieuwe regels. Voor pensioenregelingen die zijn ondergebracht bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling (PPI) geldt bovendien dat het transitieplan uiterlijk 1 oktober 2027 bij de pensioenuitvoerder moet zijn ingediend.

Dat maakt pensioen juist nu een belangrijk onderwerp voor ondernemingsraden.

Want een nieuwe pensioenregeling gaat over veel meer dan een andere manier van pensioen opbouwen. Er moeten keuzes worden gemaakt over premie, pensioenambitie, compensatie, nabestaandenpensioen, de positie van verschillende groepen werknemers en soms ook over de pensioenuitvoerder.

En waar de werkgever zelf ruimte heeft om de pensioenregeling vast te stellen of te wijzigen, kan de OR op grond van artikel 27 WOR instemmingsrecht hebben

Wacht als OR niet op het instemmingsverzoek

Pensioen is ingewikkelde materie. Juist daarom is de verleiding groot om te wachten totdat de ondernemer en zijn pensioenadviseur een volledig voorstel op tafel leggen.

Dat is meestal niet de beste positie voor de OR.

Als de belangrijkste keuzes al zijn gemaakt, resteert aan het einde van het traject vooral de vraag of de OR wel of niet instemt. Wie werkelijk invloed wil hebben op de nieuwe pensioenregeling, moet eerder beginnen: kennis opbouwen, de bestaande regeling begrijpen, vragen stellen over alternatieven en de gevolgen voor verschillende groepen werknemers laten onderzoeken.

Daarom ontwikkelden MZ Services en &Gommer Pensions Group een 10-stappenplan voor de overgang naar de Wet toekomst pensioenen.

De stappen helpen de OR om het pensioendossier niet in één keer te hoeven doorgronden, maar het proces overzichtelijk op te delen.

Let op: niet iedere stap is in iedere organisatie op dezelfde manier relevant. Het maakt onder andere verschil of de pensioenregeling is ondergebracht bij een pensioenfonds, verzekeraar of PPI en hoeveel ruimte de werkgever zelf heeft om de inhoud van de regeling te bepalen.

Stap 1 – Bouw kennis op en maak een projectplan

Een OR kan pas serieus over een nieuwe pensioenregeling meepraten als voldoende leden begrijpen waar de belangrijkste keuzes over gaan.

Begin daarom met kennisopbouw. Breng in kaart wat de Wtp verandert, bepaal wie binnen de OR het dossier gaat volgen, denk na over de inzet van een eigen pensioendeskundige en maak afspraken over planning, informatie en overleg met de werkgever.

Een klein pensioenwerkgroepje kan veel voorbereiden, maar uiteindelijk moet de voltallige OR een goed onderbouwde afweging kunnen maken.

Stap 1: Bouw kennis op en maak een projectplan

Stap 2 – Breng de huidige pensioenregeling en de impact in kaart

Voordat je kunt beoordelen waar je naartoe wilt, moet je weten waar je nu staat.

Welke pensioenregeling geldt momenteel? Welke premie betalen werkgever en werknemers? Welke risico’s zijn verzekerd? Hoe zit het met partner- en wezenpensioen? Wanneer loopt de uitvoeringsovereenkomst af? En welke onderdelen moeten vanwege de Wtp veranderen?

Juist in deze stap wordt vaak duidelijk hoe groot de transitie voor jullie organisatie werkelijk is.

Stap 2: Inventariseer de huidige pensioenregeling en de impact

Stap 3 – Welke nieuwe premieregeling past?

De Wtp kent premieregelingen waarbij de premie centraal staat. Een belangrijke keuze kan zijn welke vorm van premieregeling het beste aansluit bij de organisatie en de werknemers.

Daarbij spelen niet alleen technische pensioenverschillen een rol. Ook de verdeling van risico’s, de mate van individuele keuzevrijheid en de kenmerken van het personeelsbestand kunnen relevant zijn.

Voor de OR is vooral belangrijk dat duidelijk wordt waarom voor een bepaalde regeling wordt gekozen en welke alternatieven zijn onderzocht.

Stap 3: Welke premieregeling past bij jullie?

Stap 4 – Is invaren aan de orde?

Bij pensioenfondsen speelt de vraag wat er gebeurt met pensioen dat al onder het oude stelsel is opgebouwd. Worden bestaande pensioenaanspraken en pensioenrechten omgezet naar het nieuwe stelsel — het zogenoemde invaren — of is er reden om daarvan af te wijken?

Bij verzekerde regelingen en PPI’s ligt dit anders en is invaren veelal niet aan de orde.

De eerste taak voor de OR is daarom vaststellen of dit onderwerp voor de eigen pensioenregeling überhaupt relevant is.

Stap 4: Invaren, ja of nee?

Stap 5 – Bepaal de premie en het ambitieniveau

Een nieuwe pensioenregeling vraagt een keuze over de hoogte van de premie.

Daarbij kun je kijken naar het huidige pensioenbudget, maar ook naar de gewenste pensioenambitie en naar wat in vergelijkbare organisaties gebruikelijk is. Tegelijkertijd moet worden bepaald welk deel van de premie door de werkgever en welk deel door werknemers wordt betaald.

Voor de OR is dit een belangrijk onderdeel van het totale arbeidsvoorwaardenpakket. Een lagere pensioenpremie kan immers gevolgen hebben voor het verwachte pensioen, terwijl een hogere werknemersbijdrage direct invloed heeft op het besteedbare inkomen.

Stap 5: Bepaal de juiste vlakke premie

Stap 6 – Onderzoek of compensatie nodig is

De overgang naar een nieuwe pensioenregeling kan voor verschillende groepen werknemers verschillend uitpakken.

Daarom moet worden onderzocht of werknemers nadeel ondervinden van de overgang en, zo ja, of en hoe daarvoor compensatie wordt geboden. Daarbij kunnen onder meer leeftijd, bestaande pensioenopbouw en de oude premiesystematiek een rol spelen.

De OR moet niet alleen kijken óf er compensatie is, maar ook voor wie, hoe lang, op welke manier en waarom die oplossing als evenwichtig wordt beschouwd.

Stap 6: Compensatie bij de overgang naar een vlakke premie

Stap 7 – Betrek werknemers en communiceer op tijd

Pensioenveranderingen zijn ingewikkeld en kunnen onzekerheid oproepen. Wacht daarom niet met communiceren totdat alle besluiten al definitief zijn.

Werknemers moeten kunnen begrijpen waarom de pensioenregeling verandert, welke keuzes worden gemaakt en wat die veranderingen voor hen kunnen betekenen.

Ook voor de OR is de achterban belangrijk. Signalen en vragen van werknemers kunnen helpen om scherper te beoordelen welke informatie nog ontbreekt en welke onderdelen van de nieuwe regeling extra aandacht verdienen.

Stap 7: Informeer en betrek werknemers op tijd

Stap 8 – Beoordeel het transitieplan

Het transitieplan beschrijft de keuzes en overwegingen achter de overgang naar de nieuwe pensioenregeling en de gevolgen daarvan voor verschillende groepen deelnemers.

Voor de OR is het een belangrijke informatiebron. Het helpt om te begrijpen waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt, welke effecten zijn berekend en hoe eventuele nadelen worden opgevangen.

Heeft de OR instemmingsrecht over de wijziging van de pensioenregeling, dan ziet die instemming juridisch op de gewijzigde pensioenregeling en niet op het transitieplan als zelfstandig document. Het transitieplan vormt daarbij wel belangrijke informatie voor de beoordeling van het instemmingsverzoek.

Stap 8: Beoordeel het transitieplan

Stap 9 – Zorg voor een zorgvuldig instemmingstraject

Waar de OR op grond van artikel 27 WOR instemmingsrecht heeft, moet hij voldoende informatie en tijd krijgen om de nieuwe of gewijzigde pensioenregeling zorgvuldig te beoordelen.

Dat betekent niet alleen controleren of het voorstel wettelijk mogelijk is. De OR zal ook willen begrijpen waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt, hoe verschillende groepen werknemers worden geraakt, welke alternatieven zijn onderzocht en waarom het totale pakket evenwichtig wordt gevonden.

Daarnaast moet worden bekeken hoe de wijziging arbeidsrechtelijk tegenover individuele werknemers wordt doorgevoerd. Instemming van de OR en wijziging van de individuele pensioenafspraak zijn namelijk twee verschillende juridische vragen.

Stap 9: instemming met de nieuwe pensioenregeling

Stap 10 – Rond de overgang zorgvuldig af

Ook nadat afspraken over de nieuwe pensioenregeling zijn gemaakt, is het proces nog niet klaar.

De regeling moet correct worden vastgelegd en uitgevoerd, werknemers moeten weten wat voor hen verandert en de OR doet er verstandig aan om te controleren of de uiteindelijke uitvoering overeenkomt met de afspraken waarop hij zijn oordeel heeft gebaseerd.

Maak daarom duidelijke afspraken over implementatie, communicatie, evaluatie en eventuele terugkoppeling aan de OR.

Stap 10: rond de nieuwe pensioenregeling zorgvuldig af

De OR hoeft geen pensioenexpert te worden

Van een ondernemingsraad kan niet worden verwacht dat hij zelfstandig actuariële berekeningen controleert of alle technische details van een pensioenregeling doorgrondt.

Wel mag van de OR worden verwacht dat hij weet welke vragen moeten worden gesteld en dat hij voldoende kennis verzamelt om de belangen van werknemers goed te kunnen beoordelen.

Bij een ingewikkelde pensioentransitie kan het daarom verstandig zijn om een eigen onafhankelijke pensioendeskundige in te schakelen. Zo voorkom je dat de OR voor zijn informatie volledig afhankelijk wordt van de adviseur die de werkgever of pensioenuitvoerder begeleidt.

Hoe ver zijn jullie met de Wtp?

1 januari 2028 is de uiterste datum voor de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Vooral voor werkgevers met een regeling bij een verzekeraar of PPI begint de tijd daarom steeds meer te dringen.

Gebruik dit 10-stappenplan om te bepalen waar jullie staan, welke onderwerpen al zijn besproken en waar nog werk moet worden verricht.

 

Patrick - adviesrecht en invloed uitoefenen artikel 25 WOR

Hulp nodig bij het pensioendossier?

Heeft jullie OR te maken met een nieuwe pensioenregeling, een instemmingsverzoek of vragen over de rol van de OR bij de Wtp? MZ Services kan helpen om het medezeggenschapsproces goed in te richten en de juiste vragen op tafel te krijgen.

Voor specialistische pensioenberekeningen en actuariële vraagstukken werken we waar nodig samen met pensioendeskundigen.

013 – 467 65 97 info@mzservices.nl